Ken
je professor Van Leeuwenhoek? Vast niet. Hij
leefde in 1683. Hij was heel nieuwsgierig. Op een dag
schraapte hij een beetje vuil van zijn tanden. Hij bekeek
het door zijn microscoop. En hij zag allemaal beestjes.
‘Wauw, er leven diertjes op mijn tanden’,
dacht Van Leeuwenhoek.
De diertjes
heten bacteriën. Het zijn piepkleine
beestjes die samen met resten eten aan je tanden kleven.
Ze vormen tandplak. De beestjes eten
suiker en plassen zuur. Dat zuur kan gaatjes in
je tanden maken.
Ten
aanval!
Samen zijn
de beestjes heel sterk. Maar jij kan ze aanvallen. Poets
je tanden zeker twee keer per dag. Dat jaagt ze
weg.
Als je minder vaak snoept, krijgen ze weinig suiker te
eten en plassen ze minder zuur op je tanden. Zo
verkleint de kans op gaatjes.