 |
|
Het
is niet eerlijk. Je poetst je tanden. Je snoept niet
vaak. En toch gaat er iets fout met je tand. Ga zeker
2 keer per jaar naar de tandarts. De tandarts kijkt
of alles in orde is en herstelt je tand als dat nodig
is. Doet je tand pijn? Bloedt je tandvlees? Heb je een
slechte adem? Ga dan meteen naar de tandarts.
|
 Je
gaat op je bek bij het skateboarden. Je krijgt een dreun
op je mond. Wat voel je? Er is een stuk van
je tand. Je tand is weg. Oei, oei, oei. Wat
nu? Je zoekt je tand en bewaart dat kleinood in melk
of onder je tong. Ga direct naar de tandarts. Ook als
je niks terugvindt, kan de tandarts je tand maken. |
 Zuur
valt je tanden aan. Zuur zit bijvoorbeeld in limonade,
cola en
fruitsap. Het zuur knaagt aan het glazuur van
je tanden. Waar het glazuur helemaal wegslijt,
voel je de kou van een ijsje of van de wind. Brrr! Drink
daarom water of melk, als je dorst hebt. |
 Auw!
Een gaatje in je tand. Poets je niet genoeg
en snoep je vaak, dan maken de plakbacteriën een
gat in je tand. De tandarts maakt het weer
in orde, anders gaan je andere tanden ook kapot. Zoals
één rotte appel in een mand alle appels
rot maakt. |
 Je
tanden staan scheef of er zitten spleetjes tussen.
Sommige tanden groeien nu eenmaal niet zoals het hoort,
bijvoorbeeld omdat ze geen plaats hebben, of omdat je
lang duimt, of omdat je door je mond ademt in plaats
van door je neus. De tandarts zorgt dat je tanden mooi
op een rij staan. Zo krijg je een prachtige lach. |
 |
|